Artikel J-10 Zwangerschap- en bevallingsverlof, ouderschapsverlof en aanvullend geboorteverlof

  1. De werknemer die bevalt heeft recht op betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof.
    De bepalingen uit de Wet Arbeid en Zorg zijn van toepassing.
  2. Het recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf zes weken voor de dag na de
    vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een aan de werkgever
    overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag
    van de bevalling. Het zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk vier weken voor de dag na
    de vermoedelijke datum van bevalling.
  3. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten
    weken of zoveel meer als het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof minder dan
    zes weken heeft bedragen.
  4. Voor de toepassing van het derde lid worden dagen waarover de werk nemer op grond
    van artikel 29a, tweede lid, van de Ziektewet ziekengeld heeft genoten in de periode dat
    er recht is op zwangerschapsverlof, maar dat verlof nog niet is ingegaan, aangemerkt
    als dagen waarover zwangerschapsverlof is genoten.
  5. De werknemer die als feitelijk ouder de ouderschapsrol, verzorging en opvoeding
    op zich neemt, heeft recht op betaald en onbetaald ouderschapsverlof conform de
    Wet Arbeid en Zorg.
  6. Voor de bevalling van de echtgenote, de geregistreerd partner, de persoon met wie de
    werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent,
    heeft de werknemer gedurende een tijdvak van vier weken, te rekenen vanaf het
    moment dat het kind feitelijk op hetzelfde adres woont, recht op betaald verlof voor de
    45 Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het hoger beroepsonderwijs 2026
    duur van eenmaal de arbeidsduur per week. Deze dagen hoeven niet aaneensluitend te
    worden opgenomen. Dit verlof geldt ook voor alle werknemers die als feitelijk ouder
    de ouderschapsrol, verzorging en opvoeding op zich nemen.
  7. De werknemer heeft recht op aanvullend geboorteverlof, zoals bedoeld in artikel 4: 2a
    WAZO. De uitkering aanvullend geboorte- verlof wordt aangevuld tot 100% van het
    salaris per dag, gemaximeerd op het wettelijk (maximum)dagloon wanneer er sprake
    is één van de volgende situaties:
    de werknemer is de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de moeder
    van het kind;
    – de werknemer heeft het kind erkend;
    – de werknemer woont ongehuwd samen met de moeder van het kind;
    – de werknemer vervult de rol van feitelijk ouder en neemt de verzorging en opvoeding op zich.
    Deze aanvulling kan in het lokaal overleg over de decentrale arbeids- voorwaarden
    middelen uit hoofdstuk K worden verhoogd. Alle aan het salaris en betrekkingsomvang
    gerelateerde aanspraken worden berekend op basis van het salaris dat de werknemer
    zou hebben genoten wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van het aanvullende
    geboorteverlof.